De zesdaagse in Nederland
Lang voordat de vaderlandse sportliefhebber in 1932, met de eerste Zesdaagse van Amsterdam, met het fenomeen zesdaagse kennismaakte werden al zesdaagsen verreden. Heel lang daarvoor zelfs. Die allereerste zesdaagse wielerwedstrijd werd in 1875 in Engeland gehouden; de Zesdaagse van Birminham op hoge bicyclettes.
De renners reden, individueel, 12 uur per dag. In datzelfde jaar won de 16-jarige (!) Amerikaan Frank Waller een zesdaagse in Londen, waar men 15 uur per dag liet koersen.
In 1878 werd er een 'Six' gehouden op een rolschaatsbaan in de Agricultural Hall in Londen en won de Fransman Terront op een hoge bi na zes dagen én nachten deze individuele krachtmeting. Pas in 1885 werd de ' safety' ontwikkeld, zo' n beetje de fiets zoals wij deze nu kennen.
Zonder slaap 142 uur overeind
Zes dagen en nachten fietsen. Spanning en sensatie, dat leek met de Amerikanen wel wat. Amerika mag gezien worden als de échte bakermat van de 'Six'. Over de grote plas pakte men de zaken grootser aan. Een aantal Engelse ' zesdaagse'-renners, maar ook Belgen in 1891 naar New York voor de allereerste echte zesdaagse. Nog steeds individueel en heette de winnaar Plugg Bill Martin. Hij bleef liefst 142 uur overeind. Zonder slaap, want wie overmand werd door vermoeidheid of slaap was verloren. Martin bereed overigens een fiets van hout met ijzeren wielen. Van banden, laat staan luchtbanden, had men immers nog nooit gehoord.
De 'Madison' is geboren
In 1897 werd voor het eerst in het beroemde Madison Square Garden gefietst. In hartje New York won Charly Miller, die ook een jaar later zou winnen. In 1899 besloot men alleen met koppels te rijden. De 'madison' was geboren. Dat werd de benaming van de koppelkoers die sinds dat jaar dus een nieuw tijdperk inluidde.
De eerste zesdaagse voor koppels werd gewonnen door Miller en Waller (hij won in 1875 in Londen!). Zij legden in de 144 uur, die zes dagen tellen, liefst 4309,47 kilometer af. Daarna sloeg het fenomeen weer over Europa.
De Franse stad Toulouse had in 1906 de eer van de eerste Europese zesdaagse voor koppels binnen de poorten. Alhoewel, de Velodrome Bazacle was een openlucht piste. Berlijn zou dus in 1909 met haar eerste zesdaagse in de Hallen van de Zoo eigenlijk die eer op kunnen eisen. Vooral in Duitsland nam het fenomeen een enorme vlucht. Berlijn, Kiel, Hamburg en, toen al, Bremen. In Berlijn begon men in 1914 overigens met de puntentelling.
Plannen voor Nederslandse zesdaagse
In die tijd behaalden onder meer onze landgenoten John Stol en Piet van Kempen en anderen tal van successen in die inmiddels tientallen Europese zesdaagse. Het zou echter tot 1932 duren voor de eerste Nederlandse zesdaagse verreden zou worden. De zesdaagse van Amsterdam, waar men in 1913 al met het idee speelde een zesdaagse te houden in het Paleis van Volkvlijt op het Fredriksplein.
Pas in 1932 kreeg dan plan gestalte in de 'Oude' RAI aan de Ferdinand Bolstraat. Op een 166,6 meter lang houten baantje organiseerde de Duitser Grolms daar de eerste Nederlandse zesdaagse.
Zesdaagsenkoorts verovert ons land
Op 18 november 1932 startte men en al een paar dagen later raakte de wielerliefhebber in de ban van sensatie, die de combinatie sport, amusement en andere vertier met zich mee bracht. De zesdaagsenkoorts veroverde Nederland. Daar zorgden de uitgebreide krantenverslagen én de radioreportages van Han Hollander wel voor. Piet van Kempen en Jan (Kanonbal) Pijnenburg wonnen die eerste Amsterdamse zesdaagse met een ronde voorsprong op de Duitsers Rausch-Hürtgen. Er zouden nog drie volgen in de dertiger jaren. Waar Amsterrdam na de vierde editie in april 1936 afhaakte, besloot men in Rotterdam de handschoen op te pakken. Onze landgenoten Jan Pijnenburg en Cor Wals wonnen die eerste Zesdaagse van Rotterdam. In de Nenijtohal op de baan die in Amsterdam was gebruikt. in februari 1937 werd de tweede verreden, maar die kende een ongelukkig gesternte. Een ongelukkig tijdstip in de crisistijd, te kort na de eerste, ruzie onder de renners en te hoge toegangsprijzen in de zeer woelige jaren voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak. De baan werd opgeslagen in Assendelft en verdween tijdens die oorlogsjaren in de potkacheltjes. Leverde zo nog warmte op.
Hoogtij in Ahoy'
Nee, het fenomeen zesdaagse zou pas weer in 1966 in Amsterdam van stal gehaald worden. Weer voor een cyclus van vier edities en haakte de hoofdstad half december 1969 weer af. Rotterdam had in mei (!) 1968 de zesdaagse weer omarmd en dat zou tot en met 1988 duren. Een geweldige periode waarin de zesdaagse hoogtij vierde in Ahoy'.
Steden als Groningen en Maastricht probeerden het Rotterdamse succes te benaderen, maar verdwenen van de kalender. Maastricht had daaarbij een iets langere adem.
Zesdaagsen in modern jasje
Pas in 2001 kon het Nederlandse wielerpubliek weer kennismaken met de Zesdaagse. In Amsterdam dat tot op het heden succesvol opereert, waarbij Rotterdam intussen de jaren 70 en 80 laat herleven. Zesdaagsen in een modern jasje. Met Nederlandse toppers.
En nu staat de eerste Zesdaagse van Apeldoorn voor de deur. De eerste van een lange reeks? De tijd zal het leren.